ECLI:NL:RVS:2016:113
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing huurtoeslag 2011 wegens ontbreken onderhuur en vertrouwensbeginsel
De Belastingdienst/Toeslagen stelde het recht op huurtoeslag over 2011 definitief vast op nihil omdat appellant niet aannemelijk maakte dat een persoon als onderhuurder bij haar woonde. Appellant voerde aan dat er een huurovereenkomst bestond en dat het vertrouwensbeginsel haar rechten beschermde. De rechtbank oordeelde dat de overgelegde huurovereenkomst niet aannemelijk was vanwege een onjuiste datum en identieke, niet-gedateerde verklaringen.
De Raad van State bevestigde dat de Belastingdienst terecht uitging van het gezamenlijke inkomen omdat de onderhuur niet was aangetoond. Het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen concrete en ondubbelzinnige toezegging was gedaan door een bevoegd bestuursorgaan. Ook het beroep op artikel 19, tweede lid, Awir, dat een termijn overschrijding betreft, faalde omdat deze termijn een termijn van orde is.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de huurtoeslag 2011 bevestigd.