ECLI:NL:RVS:2014:4150
Raad van State
- Hoger beroep
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2008 op nihil wegens onvoldoende bewijs betaling
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, die het bezwaar tegen de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag 2008 ongegrond verklaarde. De Belastingdienst had het voorschot op nihil gesteld omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij alle kosten van kinderopvang had voldaan.
Appellante voerde aan dat de Belastingdienst niet bevoegd was tot herziening van het voorschot, maar de Afdeling oordeelde dat artikel 21 Awir Pro niet van toepassing is op voorschotten, alleen op definitieve toeslagen. Verder moest appellante aantonen dat zij de kosten had betaald, wat zij onvoldoende deed omdat contante betalingen niet met geldopnames konden worden onderbouwd.
De Afdeling concludeerde dat de kinderopvang niet op basis van een overeenkomst als bedoeld in artikel 52 Wko Pro had plaatsgevonden, waardoor geen aanspraak op het voorschot bestond. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het voorschot kinderopvangtoeslag 2008 blijft op nihil gesteld.