ECLI:NL:RVS:2014:4229
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning voor kap op bijgebouw wegens privaatrechtelijke belemmering
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen verleende op 23 mei 2012 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een nieuwe kap op een bestaand bijgebouw achter een woning. Appellanten, omwonenden, maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college en later door de rechtbank werd afgewezen. In hoger beroep betoogden zij onder meer dat de vergunning onterecht was verleend omdat de kap niet als bijbehorend bouwwerk kon worden aangemerkt, de vergunning niet toereikend was, en dat het bouwplan hun woongenot onevenredig zou aantasten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was de vergunning te verlenen als afwijking van het bestemmingsplan, maar dat het college niet in redelijkheid de vergunning kon verlenen omdat er een evidente privaatrechtelijke belemmering bestond. De dakgoot van de kap zou namelijk boven het perceel van een appellant komen te hangen zonder diens toestemming. Dit werd door de rechtbank niet onderkend.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en beval het college een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten. De overige bezwaren van appellanten, zoals over schaduwhinder, privacy en bouwhoogte, werden door de Afdeling afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de vergunning vernietigd vanwege een evidente privaatrechtelijke belemmering, en het college veroordeeld tot proceskostenvergoeding.