ECLI:NL:RVS:2014:4230
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.S.J. Koeman
- G. van der Wiel
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Vergunning ontgronding gemeente Bergen niet onrechtmatig verleend
Het college van gedeputeerde staten van Limburg verleende op 1 oktober 2013 een vergunning voor het ontgronden van circa 281 hectare grond in de gemeente Bergen (L). Appellanten, eigenaren van percelen binnen het gebied, stelden beroep in tegen dit besluit. Zij voerden onder meer aan dat zij niet mondeling zijn gehoord, dat de kennisgeving niet correct was, dat de vergunning in strijd is met Europese aanbestedingsrichtlijnen, en dat de vergunning onterecht is verleend voor gronden die niet eigendom zijn van de ontgronder.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college niet verplicht was om mondelinge toelichting op zienswijzen te bieden en dat mogelijke onregelmatigheden na het besluit de rechtmatigheid niet aantasten. De Europese aanbestedingsregels waren niet van toepassing omdat het besluit geen schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel betreft. Daarnaast is ontgronding van niet-eigendom alleen toegestaan met toestemming of na onteigening, waarbij schadeloosstelling is gegarandeerd.
De motivering van het college over de noodzaak en belangenafweging werd voldoende geacht. Gezien deze overwegingen concludeerde de Afdeling dat het college in redelijkheid tot vergunningverlening heeft kunnen besluiten. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De beroepen tegen de ontgrondingsvergunning zijn ongegrond verklaard en het besluit is bevestigd.