ECLI:NL:RVS:2014:4276
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning veranda wegens onjuiste toepassing afwijkingsmogelijkheid bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 13 maart 2013 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een veranda aan de achterzijde van een pand, ondanks dat deze in strijd was met het bestemmingsplan vanwege de hoogte van 5,4 meter, terwijl maximaal 3 meter was toegestaan. Het college verleende de vergunning op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onderdeel 2o van de Wabo, in samenhang met artikel 4 van Pro bijlage II bij het Bor, dat afwijkingen toestaat voor bouwwerken die geen gebouwen zijn.
De appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning en het daaropvolgende besluit tot afwijzing van het bezwaar, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de veranda als gebouw moet worden aangemerkt, omdat deze overdekt is, zijwanden heeft en voor mensen toegankelijk is, conform de definitie in de Woningwet. Hierdoor was het college niet bevoegd om de vergunning te verlenen op grond van de genoemde afwijkingsmogelijkheid, die alleen geldt voor bouwwerken die geen gebouwen zijn.
De Afdeling vernietigt daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank. Tevens wordt het besluit van 13 maart 2013 geschorst totdat het college opnieuw op het bezwaar beslist met inachtneming van deze overwegingen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de omgevingsvergunning wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van de afwijkingsmogelijkheid.