ECLI:NL:RVS:2014:4371
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- F.C.M.A. Michiels
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen ontgrondingsvergunning voor uitbreiding zandwinning Uivermeertjes Zuid
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland verleende op 25 november 2013 een ontgrondingsvergunning aan Sagrex Holding B.V. voor uitbreiding van zandwinning in het gebied Uivermeertjes Zuid te Druten. Stichting Goeie Gronde stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat onder meer de vergunning onduidelijk was, dat de m.e.r.-plicht niet juist was toegepast, en dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar archeologische, natuur- en milieubelangen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vermelding van kadastrale perceelnummers en bijgevoegde kaart voldoende duidelijkheid bood over het vergunninggebied. De stellingen over het bestemmingsplan en archeologisch onderzoek werden verworpen, aangezien het college aannemelijk had gemaakt dat de vergunning terecht op de genoemde percelen zag en archeologische belangen reeds waren betrokken.
Verder werd geoordeeld dat de m.e.r.-plicht was nageleefd doordat Sagrex een MER had ingediend, en dat het college terecht geen advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage had gevraagd. De zorgen over mogelijke grondwaterverontreiniging door een voormalige vuilstort werden niet gegrond verklaard, mede op basis van een recent MER-rapport. Ook de bezwaren over natuurwaarden en de impact op beschermde soorten werden verworpen, mede omdat een vogeleiland voor de visdief gepland is en natuurwaarden voldoende zijn betrokken.
De Raad van State verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Goeie Gronde tegen de ontgrondingsvergunning voor uitbreiding zandwinning Uivermeertjes Zuid is ongegrond verklaard.