ECLI:NL:RVS:2014:4416
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onzorgvuldige toepassing artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af en legde een inreisverbod op. Dit besluit was gebaseerd op documenten uit Bangladesh waaruit bleek dat de vreemdeling was veroordeeld voor moord. De vreemdeling stelde dat hij valselijk was beschuldigd en dat de veroordeling onzorgvuldig tot stand was gekomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar in hoger beroep stelde de Raad van State vast dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan naar de inhoudelijke juistheid van de documenten. Ondanks dat de authenticiteit niet werd betwist, was niet duidelijk waarop de veroordeling was gebaseerd, mede gezien de politieke context en integriteitsproblemen in het justitiële apparaat van Bangladesh.
De Raad van State oordeelde dat de toepassing van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag onterecht was, vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.