ECLI:NL:RVS:2014:451
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onderzoek rijvaardigheid opgelegd door CBR na verkeersovertredingen
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde appellante op 24 augustus 2012 een onderzoek naar haar rijvaardigheid op naar aanleiding van een mededeling van de politie over haar verkeersovertredingen op 22 juli 2012.
Appellante voerde aan dat de feiten in het proces-verbaal onjuist waren en dat het CBR en de rechtbank niet voldoende hadden toegelicht welke handelingen haar rijgedrag onvoldoende maakten. De rechtbank oordeelde dat het proces-verbaal, opgemaakt onder ambtsbelofte, als juist mocht worden aangenomen en dat appellante onvoldoende bewijs leverde om dit te betwisten.
De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelden vast dat het rijgedrag van appellante, waaronder rijden met circa 40 km/u op een snelweg waar 100 km/u is toegestaan en door rood licht rijden, duidt op gebrekkige rijvaardigheid en niet adequaat kijkgedrag. Hierdoor was het CBR verplicht een onderzoek op te leggen zonder nadere belangenafweging.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot onderzoek rijvaardigheid door het CBR wordt bevestigd.