ECLI:NL:RVS:2014:4609
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie vaardigde op 3 februari 2014 een inreisverbod uit tegen de vreemdeling. De rechtbank verklaarde dit besluit op 28 mei 2014 deels vernietigd, omdat het inreisverbod niet aannemelijk was dat de vreemdeling zich op het moment van uitvaardiging in Nederland bevond.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de vreemdeling na uitzetting opnieuw in Nederland was gesignaleerd, wat werd ondersteund door een uitdraai uit het registratiesysteem Politiesuite Handhaving Vreemdelingen (PSH-V). De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het inreisverbod in strijd was met de Vreemdelingenwet 2000.
Verder wees de Raad van State het beroep van de vreemdeling af dat het voornemen tot het inreisverbod onvoldoende gemotiveerd was en dat de duur van tien jaren onredelijk was. De strafrechtelijke veroordelingen en herhaalde terugkeer naar Nederland gaven volgens de staatssecretaris voldoende grond voor het inreisverbod. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het inreisverbod tegen de vreemdeling wordt gehandhaafd en het beroep wordt ongegrond verklaard.