ECLI:NL:RVS:2013:BZ4437
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens verblijf vreemdeling buiten grondgebied lidstaten
De vreemdeling had een besluit van 28 februari 2012 ontvangen waarin een verblijfsvergunning asiel werd geweigerd, hij werd opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod werd uitgevaardigd. De vreemdeling was echter op het moment van het inreisverbod niet meer op het grondgebied van de lidstaten aanwezig, aangezien hij reeds was uitgezet naar Afghanistan.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep. De Raad van State oordeelde dat op grond van artikel 66a van de Vreemdelingenwet 2000 en de bijbehorende memorie van toelichting het inreisverbod alleen kan worden uitgevaardigd tegen vreemdelingen die zich op het grondgebied van de lidstaten bevinden en een terugkeerbesluit hebben ontvangen.
Omdat de vreemdeling niet meer op het grondgebied van de lidstaten verbleef op het moment van het besluit, was het inreisverbod onrechtmatig. De Raad van State vernietigde daarom het besluit voor zover het inreisverbod betreft en verklaarde het hoger beroep gegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het inreisverbod tegen de vreemdeling is vernietigd omdat hij niet op het grondgebied van de lidstaten verbleef bij uitvaardiging.