ECLI:NL:RVS:2014:469
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Toegang geweigerd en vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling; hoger beroep gegrond verklaard
De vreemdeling kreeg op 27 juli 2013 de toegang tot Nederland geweigerd en werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de toegangsweigering niet-ontvankelijk en het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen de toegangsweigering niet-ontvankelijk had verklaard, omdat er een nauwe samenhang bestond tussen de toegangsweigering en de artikel 6-maatregel. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank het beroep tegen de toegangsweigering en de artikel 6-maatregel gelijktijdig had moeten behandelen, aangezien de artikel 6-maatregel nog van kracht was toen het beroep werd ingesteld.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de vreemdeling tegen de besluiten van 27 juli 2013 ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdeling ongegrond verklaard.