ECLI:NL:RVS:2014:470
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling toegang geweigerd en vrijheidsontnemende maatregel opgelegd; hoger beroep gegrond verklaard
De vreemdeling kreeg op 27 juli 2013 de toegang tot Nederland geweigerd en werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de toegangsweigering niet-ontvankelijk en het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen de toegangsweigering niet-ontvankelijk had verklaard, omdat de artikel 6-maatregel (vrijheidsontnemende maatregel) nog van kracht was toen het beroep werd ingesteld, waardoor gelijktijdige behandeling verplicht was volgens artikel 6 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
Na inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden verklaarde de Raad de beroepen tegen de besluiten van 27 juli 2013 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen tegen de besluiten van 27 juli 2013 ongegrond verklaard.