ECLI:NL:RVS:2014:4711
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake kinderopvangtoeslag wegens onjuiste bewijswaardering
Bij besluit van 8 september 2011 stelde de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kinderopvangtoeslag voor 2011 op nihil. De rechtbank Amsterdam vernietigde het bezwaarbesluit van 18 juni 2012 deels en oordeelde dat er geen overeenkomst was zoals vereist voor toeslagverlening, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
De appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de overeenkomst niet voldeed aan de wettelijke eisen, omdat essentiële gegevens ontbraken. De Afdeling oordeelde dat het ontbreken van adresgegevens en duur van de overeenkomst niet automatisch betekent dat de overeenkomst nietig is, en dat de overeenkomst aan de eisen voldeed.
De Afdeling beoordeelde vervolgens het betoog dat de appellant de kosten van gastouderopvang had betaald. Uit bankafschriften bleek betaling pas in oktober 2012, wat te laat was voor het toeslagjaar 2011. De Afdeling bevestigde dat betaling tijdig moet plaatsvinden en verklaarde het beroep ongegrond.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard. De appellant krijgt het betaalde griffierecht terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdige betaling van de kinderopvangkosten.