ECLI:NL:RVS:2014:938
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Belastingdienst over voorschot kinderopvangtoeslag 2011 wegens onvoldoende motivering
De Belastingdienst had het aan appellante toegekende voorschot kinderopvangtoeslag voor 2011 herzien en vastgesteld op nihil, omdat zij van mening was dat de overeenkomst met het gastouderbureau niet voldeed aan de eisen en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt kosten te hebben gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellante stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante aannemelijk had gemaakt dat zij een geldige overeenkomst had met het gastouderbureau en dat zij kosten had gemaakt, onderbouwd met een gedateerde overeenkomst en bankafschriften. De Belastingdienst had niet voldoende onderzocht of de kosten overeenstemden met de betalingen, waardoor het besluit niet deugdelijke motivering bevatte.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. De Belastingdienst moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de overwegingen, waarbij appellante de benodigde gegevens moet verstrekken. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst om het voorschot kinderopvangtoeslag 2011 op nihil te stellen is vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.