ECLI:NL:RVS:2014:4744
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel Oeigoerse vreemdeling wegens onvoldoende motivering risico terugkeer
De staatssecretaris wees op 27 augustus 2013 de aanvraag van een Oeigoerse vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht of de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat zij bij terugkeer naar China een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De vreemdeling verwees naar haar deelname aan een demonstratie in Nederland en gebruikte diverse ambtsberichten en het AIVD-jaarverslag als bewijs voor de verhoogde aandacht van de Chinese autoriteiten voor Oeigoeren in Nederland. De staatssecretaris erkende de situatie maar vond dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de Chinese autoriteiten op de hoogte zouden zijn van haar activiteiten.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zijn beslissing onvoldoende had gemotiveerd, mede omdat de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat de Chinese autoriteiten zeer geïnteresseerd zijn in Oeigoeren in Nederland en dat het risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer reëel is. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het eerdere vonnis vernietigd en het besluit van de staatssecretaris vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het risico op een schending van artikel 3 EVRM bij terugkeer.