ECLI:NL:RVS:2014:4763
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek inlijving Nederlandse adel met predikaat jonkheer
De appellant heeft verzocht om inlijving in de Nederlandse adel met het predikaat jonkheer, maar dit verzoek werd door de minister afgewezen omdat de Wet op de adeldom (Woa) dit niet toestaat voor buitenechtelijk geboren kinderen die vóór de inwerkingtreding van de Woa zijn geboren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelt dat artikel 3 van Pro de Woa, dat de overgang van adeldom regelt voor buitenechtelijke kinderen, alleen geldt voor kinderen geboren na 1 augustus 1994, de datum van inwerkingtreding van de Woa.
Appellant voerde aan dat deze uitleg onjuist is en dat het onderscheid discriminerend is, maar de Afdeling stelt dat het historische karakter van de adel en het beperkte moderniseringsbeleid een objectieve en redelijke rechtvaardiging vormen. Ook het beroep op het recht op privé- en gezinsleven volgens het EVRM wordt verworpen, omdat de afwijzing geen inmenging vormt die een positieve verplichting tot toewijzing oplegt.
Ten slotte oordeelt de Afdeling dat het predikaat jonkheer geen deel uitmaakt van de geslachtsnaam en bevestigt zij de eerdere uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om inlijving in de Nederlandse adel met het predikaat jonkheer wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.