ECLI:NL:RVS:2014:4816
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
De vreemdelingen hebben op 3 juni 2013 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die bij besluiten van 14 augustus 2013 door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie is afgewezen. Na een ongegrond verklaard bezwaar en een afwijzing door de rechtbank op 12 juni 2014, is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdelingen hebben tevens bezwaar gemaakt tegen een nieuw besluit van 17 oktober 2014 waarin hun aanvraag opnieuw werd afgewezen. Zij verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen. Gezien het aanhangige hoger beroep is de voorzitter van de Afdeling bevoegd het verzoek te behandelen.
De voorzitter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang om uitzetting te voorkomen en wijst het verzoek toe. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De voorlopige voorziening geldt totdat op het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: De vreemdelingen worden voorlopig niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.