ECLI:NL:RVS:2014:53
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onrechtmatige oplegging arbeidsvreemdelingenwet
De minister legde aan [appellante] een boete van €16.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) door het laten verrichten van arbeid zonder de vereiste tewerkstellingsvergunningen. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] gegrond, herzag de boete naar €14.400 en vernietigde het eerdere besluit. Hiertegen stelde [appellante] hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de minister ten onrechte heeft geoordeeld dat het verbod uit artikel 2, eerste lid, Wav was overtreden voor de werkzaamheden van de stagiairs bij [appellante]. De minister had onvoldoende rekening gehouden met de uitzonderingsmogelijkheden voor stages zoals omschreven in de Uitvoeringsregels en Beleidsregels Wav. Tevens is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure is overschreden, wat volledig aan de minister te wijten is.
Daarom vernietigt de Raad van State het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en herroept het boetebesluit. De minister wordt veroordeeld tot betaling van een immateriële schadevergoeding van €1.000 aan [appellante] en tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten die [appellante] heeft gemaakt.
Uitkomst: Het boetebesluit is vernietigd en de minister is veroordeeld tot vergoeding van schade en proceskosten aan appellante.