ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ4689
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens onrechtmatige tewerkstelling Indonesische vreemdelingen als reguliere arbeid
De rechtbank Noord-Nederland behandelde het beroep van [B.V.] tegen een boete van €16.000 opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete betrof het onrechtmatig tewerkstellen van twee Indonesische vreemdelingen, [C] en [D], die volgens de minister reguliere arbeid verrichtten zonder geldige tewerkstellingsvergunning, terwijl [B.V.] stelde dat het om stages ging.
Het geschil draaide om de vraag of de werkzaamheden van [C] en [D] voldeden aan de voorwaarden van paragraaf 22 van de Uitvoeringsregels Wav, die stages als uitzondering op het verbod op arbeid zonder vergunning toestaat. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van [C] en [D], die door de Arbeidsinspectie waren opgenomen en ondertekend, betrouwbaar waren en dat zij geen gefaseerd stageprogramma hadden gevolgd, noch roulerend werk verrichtten zoals vereist. De minister mocht de verklaringen van [C] en [D] zwaarder wegen dan de algemene 'Letters of Understanding' van de onderwijsinstellingen.
De rechtbank stelde vast dat de werkzaamheden van [C] en [D] reguliere arbeid waren zonder vergunning en dat [B.V.] onvoldoende had gecontroleerd of aan de voorwaarden voor stages was voldaan. Daarom was de boete terecht opgelegd. Wel matigde de rechtbank de boete met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuursrechtelijke procedure. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, stelde de boete vast op €14.400, en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en stelt een boete van €14.400 vast wegens het onrechtmatig tewerkstellen van Indonesische vreemdelingen zonder geldige tewerkstellingsvergunning.