ECLI:NL:RVS:2014:542
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.W.L. Loeb
- J.A. Hagen
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid en vergoeding schade door niet-nakoming toezegging stadsdeel Nieuw-West
Appellant verzocht het dagelijks bestuur van stadsdeel Nieuw-West om vergoeding van schade voortvloeiend uit maatwerkvoorschriften opgelegd bij besluit van 20 mei 2009 en de voortijdige uitvoering daarvan. Het dagelijks bestuur wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Appellant stelde dat het dagelijks bestuur onrechtmatig had gehandeld door niet te voldoen aan een toezegging en dat de brief van 23 juli 2009 een besluit bevatte dat de opschortende werking van bezwaar opheft.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit van 20 mei 2009 niet onrechtmatig was en dat de maatwerkvoorschriften destijds terecht waren opgelegd. De brief van 23 juli 2009 werd niet als een besluit in de zin van de Awb beschouwd en kon geen rechtsgevolg hebben. Wel werd geoordeeld dat het dagelijks bestuur het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard voor zover het ging om de niet-nakoming van een toezegging en de schadevergoeding wegens de brief van 23 juli 2009.
De Afdeling verklaarde het beroep gegrond voor dat deel, vernietigde het besluit en trad in de plaats daarvan. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en beroep met drie maanden was overschreden, waardoor het stadsdeel werd veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van € 500,00. Daarnaast werd het stadsdeel veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het dagelijks bestuur van stadsdeel Nieuw-West is veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten aan appellant wegens overschrijding redelijke termijn en niet-nakoming toezegging.