ECLI:NL:RVS:2014:550
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering vrouwenbesnijdenis als ernstig misdrijf
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 20 mei 2011 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af wegens vermeende betrokkenheid bij vrouwenbesnijdenis, een ernstig, niet-politiek misdrijf volgens artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat vrouwenbesnijdenis volgens internationale standaarden als een ernstig, niet-politiek misdrijf moet worden aangemerkt. De verwijzingen naar internationale verdragen waren onvoldoende specifiek en het besluit hield geen onderscheid tussen verschillende vormen van vrouwenbesnijdenis.
Hierdoor bleef het oordeel van de rechtbank staan en werd het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 974,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.