ECLI:NL:RVS:2014:651
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van buiten behandeling laten aanvraag omgevingsvergunning voor deponeren baggerspecie en grond
Het college heeft op 14 oktober 2011 besloten een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het deponeren van baggerspecie en grond in fasen 4 en 5 van het groevencomplex Nagelbeek-Schinnen buiten behandeling te laten vanwege het niet tijdig aanleveren van benodigde gegevens. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit werd ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde dit oordeel.
Appellante stelde dat zij schade had geleden door het niet tijdig beslissen op haar aanvraag en dat het college ten onrechte had aangenomen dat de benodigde gegevens niet tijdig waren ingediend. Zij verwees naar een verklaring die zou aantonen dat het college een langere termijn had toegezegd voor het aanleveren van aanvullende gegevens.
De Raad van State oordeelde dat de nieuwe aanvraag van 12 september 2013 hetzelfde object betrof en dat het doel van het hoger beroep daardoor in principe was bereikt. Echter, appellante had aannemelijk gemaakt dat zij schade had geleden door het eerdere besluit, zodat zij belang hield bij een inhoudelijke beoordeling.
De Raad stelde vast dat het college schriftelijk een uiterste termijn van 1 oktober 2011 had gesteld voor het aanleveren van gegevens en dat de verklaring van appellante onvoldoende aannemelijk maakte dat deze termijn was verlengd. De rechtbank had dan ook terecht geoordeeld dat het college het besluit op goede gronden had genomen en dat de vraag of de alsnog ingediende gegevens voldoende waren voor een inhoudelijke beoordeling onbeantwoord kon blijven.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.