ECLI:NL:RVS:2014:694
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wegens medische gronden
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 2 mei 2013 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State beoordeelde onder meer de juistheid van het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) over de noodzaak van resistentietesten bij de behandeling van HIV-patiënten. De rechtbank had geoordeeld dat het uitvoeren van resistentietesten een wezenlijk onderdeel is van de medische behandeling, maar de Raad stelde vast dat hierover geen consensus bestaat en dat het BMA de specifieke situatie van de vreemdeling en een beperkte periode van drie maanden in ogenschouw had genomen.
Verder oordeelde de Raad dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat schriftelijke of fysieke overdracht van medische gegevens aan een behandelaar in Nigeria noodzakelijk was, terwijl het BMA elke zaak afzonderlijk beoordeelt en de vreemdeling geen medische gegevens had overgelegd die een verslechtering aantonen.
De Raad stelde vast dat het bezwaar van de vreemdeling kennelijk ongegrond was en verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.