ECLI:NL:RVS:2014:697
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verzoek tot uitstel uitzetting wegens medische omstandigheden
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen uitspraken van de rechtbank Den Haag die het bezwaar van een vreemdeling tegen haar uitzetting wegens medische redenen gegrond verklaarden en het besluit van de staatssecretaris vernietigden.
De vreemdeling had verzocht om uitstel van uitzetting op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege haar HIV-infectie. De minister had dit verzoek afgewezen, waarna de rechtbank oordeelde dat het Bureau Medische Advisering (BMA) ten onrechte niet had vastgesteld dat het uitvoeren van resistentietesten een wezenlijk onderdeel van de medische behandeling was en dat fysieke overdracht aan een behandelaar in Nigeria noodzakelijk zou zijn.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte was uitgegaan van de juistheid van het BMA-advies en onvoldoende rekening had gehouden met het standpunt dat resistentietesten niet in alle fasen van de behandeling noodzakelijk zijn en dat het BMA elke zaak afzonderlijk beoordeelt. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraken van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraken van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.