ECLI:NL:RVS:2014:738
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- R. van der Spoel
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van invordering dwangsom na overschrijding termijn verlenging bouwlast
Het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk heeft bij besluit van 27 juli 2010 aan appellante een last opgelegd om binnen vier weken bouwkundige voorzieningen te treffen aan een pand, op straffe van een dwangsom. Bij besluit van 22 december 2010 is de termijn verlengd tot tien weken. Appellante heeft niet binnen deze termijn voldaan, waarna het college overging tot invordering van de dwangsom.
Appellante voerde aan dat bijzondere omstandigheden, zoals schade aan het pand veroorzaakt door de gemeente en vertragingen bij sloop, invordering in de weg stonden. De Raad van State oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende waren om af te zien van invordering, mede omdat de schadeclaim door de aannemer was afgehandeld en appellante geen opdrachtovereenkomst van een deskundige aannemer had overlegd.
Verder stelde appellante dat het college het bezwaar tegen het verlengingsbesluit ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard wegens termijnoverschrijding. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het bezwaar niet tijdig was ingediend en dat de rechtsmiddelverwijzing aanwezig was, waardoor het college terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde.
Het beroep tegen het besluit van 8 mei 2013 werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank Oost-Nederland van 30 januari 2013 werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom bevestigd.