ECLI:NL:RVS:2013:BZ7663
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- G.J. Deen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens bouw zonder vergunning nabij perceelsgrens
Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk legde Scheepswerf Made B.V. een last onder dwangsom op wegens het uitvoeren van bouwwerkzaamheden zonder omgevingsvergunning. Na een bouwstop en het verlenen van een vergunning voor een andere locatie, hervatte Scheepswerf Made de bouw op de oorspronkelijke locatie binnen 5 meter van de perceelsgrens, zonder vergunning.
De rechtbank verklaarde het beroep van Scheepswerf Made tegen de invordering van de dwangsom ongegrond. Scheepswerf Made stelde dat het invorderingsbesluit ondeugdelijk was gemotiveerd en dat bijzondere omstandigheden tot afzien van invordering leidden, zoals het huren van het naastgelegen perceel en het verkrijgen van een vergunning voor een andere locatie.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college terecht heeft vastgesteld dat de bouw zonder vergunning op de oorspronkelijke locatie plaatsvond. Het verbod zonder vergunning omvat ook handelen in afwijking van een vergunning. De gewijzigde omstandigheden en het feit dat de torenkraan inmiddels op de vergunde locatie staat, vormen geen bijzondere omstandigheden die invordering in de weg staan.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom bevestigd.