ECLI:NL:RVS:2014:797
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verzoek verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 8 augustus 2013 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft dit beroep ongegrond verklaard. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat het verzoek van de vreemdeling om toepassing van artikel 3.4, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 niet als een aanvraag kan worden aangemerkt. Volgens vaste jurisprudentie moet een dergelijk verzoek als een aanvraag worden beschouwd, en de afwijzing daarvan als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt het deel van de uitspraak van de voorzieningenrechter dat betrekking heeft op dit verzoek. Het beroep wordt in zoverre niet-ontvankelijk verklaard en het beroepschrift wordt als bezwaarschrift aan de staatssecretaris doorgezonden. Voor het overige wordt de uitspraak bevestigd.
Tot slot wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het beroep in zoverre niet-ontvankelijk en het beroepschrift wordt als bezwaarschrift doorgezonden aan de staatssecretaris.