ECLI:NL:RVS:2014:858
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-werknemerschap en afwijzing verlenging verblijfsvergunning gezinshereniging
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel had de verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd van twee vreemdelingen ingetrokken en de verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning afgewezen, omdat zij hun hoofdverblijf naar Turkije hadden verplaatst en niet langer voldeden aan de daaraan verbonden beperkingen.
De rechtbank had geoordeeld dat de referent als werknemer moest worden aangemerkt, waardoor de vreemdelingen rechten konden ontlenen aan besluit nr. 1/80, en verklaarde het beroep gegrond. De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de referent als directeur-grootaandeelhouder niet in een gezagsverhouding staat en dus geen werknemer is volgens het Europese recht en de Vreemdelingencirculaire.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had vastgesteld dat de referent werknemer was. Gelet op jurisprudentie van het Hof van Justitie is de referent als (mede)eigenaar en directeur-grootaandeelhouder geen werknemer, omdat hij niet onder gezag staat en financiële risico's draagt.
Verder verwierp de Afdeling de overige beroepsgronden van de vreemdelingen, waaronder schending van artikel 8 EVRM Pro, het evenredigheidsbeginsel en het beroep op het Aanvullend Protocol bij de associatieovereenkomst met Turkije, omdat de vreemdelingen hun hoofdverblijf in Turkije hadden en het dienstenverkeer niet grensoverschrijdend was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen tegen het besluit tot intrekking van hun verblijfsvergunningen wordt ongegrond verklaard.