ECLI:NL:RVS:2014:896
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- C.J. Borman
- D. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake uitzettingsbesluit vreemdeling afgewezen
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening in een hoger beroep tegen een besluit van de minister voor Immigratie en Asiel, die de aanvraag van een vreemdeling om uitzetting te voorkomen had afgewezen. De rechtbank had het besluit van de minister vernietigd, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening verzocht.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het niet uitgesloten is dat het hoger beroep tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank zal leiden. Gezien het ontbreken van bijzondere belangen bij de vreemdeling om het uitzettingsbesluit voorlopig te schorsen, werd het verzoek van de staatssecretaris om geen gevolg te geven aan de uitspraak van de rechtbank toegewezen.
Het verzoek van de vreemdeling om opvang en verstrekkingen tijdens de behandeling van het hoger beroep werd afgewezen. De voorzitter verwees naar eerdere beslissingen van het Europees Comité voor Sociale Rechten en het standpunt van de staatssecretaris dat deze maatregelen niet juridisch bindend zijn en dat het koppelingsbeginsel niet illusoir mag worden gemaakt.
Tot slot werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De voorzitter bepaalde dat de staatssecretaris geen nieuw besluit hoeft te nemen voordat op het hoger beroep is beslist en wees het verzoek van de vreemdeling af.
Uitkomst: De voorzitter wijst het verzoek van de vreemdeling af en bepaalt dat de staatssecretaris geen nieuw besluit hoeft te nemen voordat op het hoger beroep is beslist.