ECLI:NL:RVS:2014:934
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- D.A.C. Slump
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende medische en psychosociale noodzaak
Appellanten hebben een verzoek ingediend voor een urgentieverklaring vanwege onveiligheidsgevoelens in hun woning en de daaruit voortvloeiende psychische klachten. Het college heeft dit verzoek afgewezen op grond van een medisch advies van de GGD, dat stelde dat geen sprake is van een levensbedreigende situatie, hoewel de klachten zullen blijven zolang de woning wordt bewoond.
De rechtbank heeft het beroep van appellanten tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Appellanten voerden aan dat het advies van de GGD onzorgvuldig en onpartijdig was en dat hun situatie maatschappelijk onaanvaardbaar is, mede door herhaalde inbraken en de psychische gevolgen daarvan, ook voor hun minderjarige kind.
De Raad van State oordeelt dat het advies van de GGD zorgvuldig en objectief is opgesteld en dat het college dit terecht heeft betrokken bij zijn besluitvorming. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat er geen dringende noodzaak tot (her)huisvesting is en dat het beleid omtrent de hardheidsclausule niet onredelijk is toegepast.
Gelet op de omstandigheden en het ontbreken van onbillijkheden van overwegende aard, is het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om een urgentieverklaring wordt bevestigd.