ECLI:NL:RVS:2014:94
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister werd afgewezen bij besluit van 16 februari 2012. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.
Zowel de vreemdeling als de minister stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat nieuwe stukken die dateren van ná de uitspraak van de rechtbank niet in het hoger beroep kunnen worden betrokken. De aangevoerde argumenten door beide partijen voldeden niet aan de criteria om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen.
De Raad van State verklaarde de hoger beroepen van beide partijen kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de vreemdeling en de staatssecretaris kennelijk ongegrond.