ECLI:NL:RVS:2013:101
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel ondanks bekering tot christendom
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de bekering tot het christendom een nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid vormde die een hernieuwde toetsing van het besluit rechtvaardigde. De vreemdeling had een origineel doopbewijs overgelegd dat dateerde van na de eerdere afwijzing.
De Raad van State oordeelde dat het doopbewijs weliswaar nieuw was, maar dat de voorzieningenrechter ten onrechte niet overging tot toetsing van het standpunt van de staatssecretaris dat de bekering niet geloofwaardig was. De staatssecretaris had aannemelijk gemaakt dat de bekering niet berustte op een diepgewortelde innerlijke overtuiging, mede vanwege het korte tijdsbestek en onvoldoende concretisering van de beweegredenen.
De vaste gedragslijn van de staatssecretaris omtrent het onderzoek naar geloofsovertuiging werd bevestigd. De Raad van State concludeerde dat de voorzieningenrechter het beroep terecht ongegrond had verklaard, maar bevestigde de uitspraak met verbetering van de motivering.
Uitkomst: De afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd ondanks de overgelegde bekering tot het christendom.