ECLI:NL:RVS:2015:2052
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over partnerbegrip bij toeslagen in samengestelde gezinnen
De Belastingdienst/Toeslagen had het voorschot zorgtoeslag en kindgebonden budget 2013 voor twee belanghebbenden, een stiefmoeder en haar meerderjarige stiefzoon, herzien en op nihil gesteld. De rechtbank had deze besluiten vernietigd omdat zij oordeelde dat toepassing van het partnerbegrip in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) leidde tot een onaanvaardbare discriminatie tussen eigen kinderen en stiefkinderen.
De Belastingdienst stelde dat er een juridisch onderscheid bestaat tussen bloedverwanten en aanverwanten en dat de wetgever dit onderscheid bewust handhaafde. De Raad van State onderzocht of de stiefzoon en stiefmoeder als partners moesten worden aangemerkt volgens de Awir en concludeerde dat de uitzondering op het partnerbegrip, die geldt voor bloedverwanten onder de 27 jaar, ook moet gelden voor stiefkinderen.
Hierdoor zijn de belanghebbenden geen partners voor toeslagdoeleinden en is de eerdere uitspraak van de rechtbank, die de besluiten van de Belastingdienst vernietigde, terecht. Het hoger beroep van de Belastingdienst wordt ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd. Tevens is de Belastingdienst veroordeeld tot gedeeltelijke vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Belastingdienst wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.