ECLI:NL:RVS:2015:369
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.G.M. Simons
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor onzorgvuldige graafwerkzaamheden zonder melding
De minister legde appellant een bestuurlijke boete van €20.000 op wegens het niet vooraf melden van mechanische graafwerkzaamheden zoals vereist door de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (Wion). Appellant voerde aan dat de graafwerkzaamheden slechts verkennend waren en dat de boete niet in verhouding stond tot de ernst van de overtreding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. Deze oordeelde dat het niet melden van graafwerkzaamheden een overtreding is van artikel 2 en Pro 8 van de Wion, en dat de minister bevoegd was een boete op te leggen. De Raad benadrukte dat de minister bij het opleggen van boetes rekening moet houden met de ernst van de overtreding en de omstandigheden, maar dat de vaste gedragsregel en categorie-indeling voor boetes niet onredelijk zijn.
De Raad stelde vast dat appellant zich bewust was van het risico op schade aan kabels en leidingen en dat ook het mechanisch verwijderen van de toplaag een ernstige overtreding vormt. Het beroep faalt omdat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken die matiging van de boete rechtvaardigen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €20.000 voor het niet melden van mechanische graafwerkzaamheden.