ECLI:NL:RVS:2015:4091
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergoeding proceskosten voor beroepsmatige rechtsbijstand bij bezwaar kinderopvangtoeslag
De Belastingdienst/Toeslagen herzag het voorschot kinderopvangtoeslag 2010 van wederpartij naar nihil, waarna bezwaar werd gemaakt met bijstand van een medewerkster van het gastouderbureau. Deze medewerkster verzocht namens meerdere cliënten vergoeding van proceskosten, welke door de Belastingdienst werden afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat de werkzaamheden van de medewerkster als beroepsmatig verleende rechtsbijstand kwalificeren en kende vergoeding toe. De Belastingdienst stelde hoger beroep in tegen dit oordeel, stellende dat geen sprake was van officiële juridische scholing en dat geen daadwerkelijke kosten waren gemaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het verlenen van rechtsbijstand door de medewerkster onderdeel is van haar taak en dat relevante juridische scholing aanwezig is. Het forfaitaire vergoedingsstelsel maakt de hoogte van werkelijk gemaakte kosten irrelevant. De Belastingdienst heeft het verzoek ten onrechte afgewezen.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak bevestigd. De Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €122,50 en griffierecht van €493,00.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de rechtbankuitspraak en veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.