ECLI:NL:RVS:2015:454
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.A. Hagen
- M.A.A. Mondt-Schouten
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke lus en voorlopige voorziening bij bestemmingsplan Madestein-Vroondaal
De raad van de gemeente Den Haag stelde op 20 februari 2014 het bestemmingsplan "Madestein-Vroondaal" en het exploitatieplan "Vroondaal" vast. Diverse partijen, waaronder Nebro Ontwikkelingsbedrijf B.V., de nationale politie en politie Haaglanden, en andere eigenaren, stelden beroep in tegen deze besluiten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak en oordeelde onder meer over de ontvankelijkheid van het beroep, de onderbouwing van de woningbehoefte, de bestemming "Woongebied-2" met een hoger bebouwingspercentage, de afwijkingsbevoegdheid in de planregels, en de exploitatieplannen.
De Afdeling concludeerde dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening en dat de woningbehoefte actueel en regionaal afgestemd is. Wel werd geoordeeld dat het besluit met betrekking tot de geluidzone rond het politietrainingscentrum "De Levende Have" niet zorgvuldig was voorbereid. De raad en politie hadden overeenstemming bereikt over aanpassingen, maar deze waren niet in het plan verwerkt. Daarom werd toepassing van de bestuurlijke lus opgelegd om deze gebreken binnen 16 weken te herstellen.
Daarnaast werd een voorlopige voorziening getroffen door het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan te schorsen voor zover het betreft de afwijkingsbevoegdheden in artikel 13, lid 13.3, onder a, en artikel 18, lid 18.3, onder a, van de planregels, omdat deze in strijd zijn met de Wet ruimtelijke ordening. De Afdeling zal in de einduitspraak op alle beroepen beslissen en ook over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De raad wordt opgedragen gebreken in het bestemmingsplan te herstellen en een deel van het plan wordt geschorst als voorlopige voorziening.