ECLI:NL:HR:2003:AI0871
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vonnis over schadeloosstelling bij onteigening wegens bodemverontreiniging en verwijst zaak terug
De zaak betreft een geschil over de schadeloosstelling die de gemeente 's-Gravenhage moet betalen aan verschillende partijen na onteigening van percelen met bodemverontreiniging. De Rechtbank Den Haag had een schadeloosstelling vastgesteld waarbij rekening was gehouden met waardevermindering door bodemverontreiniging, saneringskosten en bijkomende schade zoals verhuis- en herinrichtingskosten.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van de Rechtbank over de waardedrukkende invloed van bodemverontreiniging voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk is, maar constateert dat de Rechtbank onjuist of onvoldoende heeft gemotiveerd waarom bepaalde kosten, zoals verhuis- en herinrichtingskosten van een gebruiker die niet als gerechtigde wordt aangemerkt, zijn toegekend. Ook zijn er bezwaren tegen het betrekken van te late declaraties bij de kostenvergoeding.
Verder wijst de Hoge Raad op de toepassing van de eliminatieregel bij waardebepaling en bevestigt dat woningbouw die niet door de onteigenaar zelf is gerealiseerd, niet buiten beschouwing kan blijven. De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het vonnis van de Rechtbank Den Haag wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage.