ECLI:NL:RVS:2015:665
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en matiging boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De minister legde op 11 juli 2013 aan een vennootschap en een appellant afzonderlijke boetes op wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van de vennootschap ongegrond en dat van appellant gegrond, waarbij de boete voor appellant werd herzien tot €22.000. Beide partijen gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de boetes met 25% gematigd moesten worden vanwege de lange periode tussen het verhoor en het boeterapport.
De Raad verwierp het beroep dat het ne bis in idem-beginsel van toepassing was, omdat het ging om verschillende werkgevers binnen een keten. Ook werd geoordeeld dat de vennootschap en appellant onvoldoende inspanningen hadden verricht om te voldoen aan de vergewisplicht omtrent tewerkstellingsvergunningen. De financiële situatie van de partijen leidde tot verdere matiging van de boetes.
De Raad stelde het boetebedrag vast op €44.000 voor de vennootschap en €11.000 voor appellant, vernietigde de eerdere uitspraak voor zover deze het beroep van de vennootschap ongegrond verklaarde en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en stelt de boetes vast op €44.000 voor de vennootschap en €11.000 voor appellant, met vergoeding van proceskosten.