ECLI:NL:RVS:2015:917
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- D.J.C. van den Broek
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Beoordeling openbaarmaking wachtgeldgegevens oud-bestuurders onder de Wob
Het college van burgemeester en wethouders van Uden verstrekte op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) een overzicht van wachtgelduitkeringen aan oud-bestuurders, waarbij de namen geanonimiseerd werden om de persoonlijke levenssfeer te beschermen. Appellant verzocht om openbaarmaking van de namen, maar dit werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 23 oktober 2013 niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 29 oktober 2013 ongegrond.
Appellant stelde dat het college de hoorplicht had geschonden door het verzoek om telefonisch horen af te wijzen en dat de namen openbaar gemaakt moesten worden vanwege het publieke belang. De Afdeling oordeelde dat het college terecht het verzoek om telefonisch horen mocht weigeren omdat de bezwaaradviescommissie een overzichtelijke en zorgvuldige hoorzitting moest waarborgen en het college niet over faciliteiten voor telefonisch horen beschikte.
Verder werd vastgesteld dat het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van oud-wethouders zwaarder woog dan het belang van openbaarheid van hun namen, mede omdat het koppelen van namen aan wachtgeldbedragen inzicht geeft in persoonlijke omstandigheden en de huidige zakelijke positie van oud-bestuurders kan schaden. De Afdeling bevestigde daarmee het besluit van het college en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De namen van oud-wethouders die wachtgeld ontvangen mogen worden geanonimiseerd ter bescherming van hun persoonlijke levenssfeer.