ECLI:NL:RVS:2016:1087
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat aanbod onderdak in vrijheidsbeperkende locatie aan niet-rechtmatig verblijvende vreemdeling toereikend is
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie bood een niet-rechtmatig in Nederland verblijvende meerderjarige vreemdeling onderdak aan in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL), onder de voorwaarde dat de vreemdeling meewerkt aan zijn vertrek uit Nederland. De vreemdeling verzocht om onderdak en leefgeld, maar dit werd door de staatssecretaris afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris.
In hoger beroep klaagde de staatssecretaris dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat er een positieve verplichting bestond om meer te doen dan het aanbod van onderdak in de VBL. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het aanbod van onderdak in een VBL, ondanks de oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel, voldoet aan de verplichtingen uit het EVRM en het Europees Sociaal Handvest, mits de vreemdeling meewerkt aan zijn vertrek.
De Afdeling stelde dat bijzondere omstandigheden, zoals een psychische gesteldheid die verhindert de gevolgen van het handelen te overzien, kunnen maken dat de voorwaarde van medewerking niet mag worden gesteld. De vreemdeling had dergelijke bijzondere omstandigheden niet voldoende onderbouwd. Ook oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris de vreemdeling terecht niet heeft gehoord in bezwaar, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het aanbod van onderdak in een vrijheidsbeperkende locatie onder voorwaarden is toereikend.