ECLI:NL:RVS:2016:1110
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- D.J.C. van den Broek
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ligplaatsvergunning voor woonboot ondanks beroep op gedoogrondes en vertrouwensbeginsel
Het dagelijks bestuur weigerde op 16 februari 2011 een ligplaatsvergunning voor het vaartuig van appellant, gebaseerd op het beleid dat sinds 1974 geen nieuwe vergunningen voor woonboten worden verleend en appellant niet in aanmerking komt voor de gedoogrondes van 1984 en 1989. De rechtbank vernietigde het besluit van 2 juli 2013 wegens onvolledige motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank ten onrechte geen beoordeling had gegeven over het overgangsrecht van het bestemmingsplan, dat het vaartuig als woonboot moest worden beoordeeld en dat het vertrouwensbeginsel wel van toepassing was. De Raad van State oordeelde dat het beroep op overgangsrecht buiten beschouwing blijft omdat dit niet eerder was aangevoerd en niet ambtshalve getoetst hoeft te worden.
De Raad bevestigde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van de gedoogrondes, omdat het vaartuig niet permanent bewoond was vanaf 1984 en niet als woonboot geschikt was vanaf 1989. Ook was er geen geldige toezegging van een bevoegd bestuursorgaan die het vertrouwensbeginsel kon rechtvaardigen. Daarom is de weigering van de ligplaatsvergunning terecht gehandhaafd. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de ligplaatsvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.