ECLI:NL:RVS:2016:1153
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling op uitzettingsbesluit
De vreemdeling, met de Zuid-Afrikaanse nationaliteit, verzocht om uitstel van uitzetting vanwege haar gezondheidstoestand. De staatssecretaris wees dit verzoek af, gesteund op medische adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA).
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat zij vond dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de begeleiding die de vreemdeling eerder ontving niet langer noodzakelijk was, en dat er geen aanvullend advies was gevraagd. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het BMA-advies en de aanvullende nota zorgvuldig en inzichtelijk waren opgesteld, waarbij de meest recente medische informatie was betrokken. Er was geen tegenstrijdige medische informatie overgelegd door de vreemdeling. Daarom was het besluit van de staatssecretaris niet in strijd met de motiveringsplicht van artikel 3:2 Awb Pro.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het uitzettingsbesluit wordt ongegrond verklaard.