ECLI:NL:RVS:2016:1162
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt gelijk in hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar staatssecretaris
De vreemdeling had een kennisgevingsformulier ingediend bij de staatssecretaris, waarmee hij een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb deed. De staatssecretaris reageerde bij brief van 15 december 2014 door de aanvraag administratief af te sluiten, wat de vreemdeling aanvocht met bezwaar dat niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het kennisgevingsformulier inderdaad een aanvraag vormt en dat de brief van 15 december 2014 een met een besluit gelijkgestelde weigering is. De staatssecretaris had het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling vernietigt daarom het besluit van 22 januari 2015 en het vonnis van de rechtbank.
De Afdeling draagt de staatssecretaris op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen op de aanvraag om te bepalen dat de uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft, conform artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd en een nieuw besluit wordt binnen twaalf weken bevolen.