ECLI:NL:RVS:2016:1164
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens misleiding
Bij besluiten van 23 oktober 2015 wees de staatssecretaris de aanvragen van de vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af wegens misleiding. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank, die dit beroep ongegrond verklaarde. Tegen dit vonnis stelden zij hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had getoetst of de staatssecretaris zich op goede gronden op het standpunt had gesteld dat de aanvragen kennelijk ongegrond waren, zoals vereist op grond van de Procedurerichtlijn en de Vreemdelingenwet 2000. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank.
In de inhoudelijke beoordeling stelde de Afdeling vast dat de staatssecretaris terecht had geoordeeld dat de vreemdelingen hem hadden misleid door zich zonder noodzaak te ontdoen van paspoorten die meer inzicht hadden kunnen geven in hun reisgedrag en verblijfsrecht in derde landen. De omstandigheid dat zij andere documenten hadden overgelegd, deed hieraan niet af. Het beroep werd uiteindelijk ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 20 april 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de beroepen worden ongegrond verklaard.