ECLI:NL:RVS:2016:1025
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens kennelijke ongegrondheid
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 17 september 2015 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de vreemdeling stelde dat de rechtbank ten onrechte geen oordeel gaf over de afwijzing als kennelijk ongegrond.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de staatssecretaris de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond heeft afgewezen op grond van tegenstrijdige verklaringen van de vreemdeling. De rechtbank had dit oordeel moeten toetsen, wat zij niet deed, waardoor de uitspraak wordt vernietigd.
De Raad stelt vast dat de staatssecretaris op goede gronden de aanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen vanwege inconsequente verklaringen over vertrekreden en paspoorten. Het beroep van de vreemdeling wordt daarom ongegrond verklaard.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.