ECLI:NL:RVS:2016:1186
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- A.B.M. Hent
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking Rijnvaartverklaringen wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring en ontvankelijkheid bezwaar
Bij achttien besluiten van 24 juli 2009 trok de staatssecretaris Rijnvaartverklaringen in die aan Christa als exploitant waren verleend. Christa en Wervelwind B.V. stelden bezwaar en beroep in, waarbij de rechtbank het beroep van Christa niet-ontvankelijk verklaarde en dat van Wervelwind B.V. ongegrond. De curator van Christa en Wervelwind B.V. gingen in hoger beroep.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het beroep van Christa niet-ontvankelijk verklaarde, omdat niet was getoetst of de minister een redelijk belang had bij het verzoek tot verval van instantie. Christa heeft een aanzienlijk financieel belang bij voortzetting van de procedure vanwege een naheffingsaanslag loonheffingen. Ook oordeelt de Afdeling dat Wervelwind B.V. wel belanghebbende is bij de besluiten, omdat zij als eigenaar van de schepen door de intrekking van de Rijnvaartverklaringen in haar belang is geschaad.
De Afdeling bevestigt dat de staatssecretaris terecht de Rijnvaartverklaringen heeft ingetrokken wegens het ontbreken van geldige exploitatieverklaringen, zoals vereist in het Toepassingsreglement en Binnenvaartbesluit. Er is geen sprake van strijd met het verbod van détournement de pouvoir. Het bezwaar van Christa en Wervelwind B.V. was niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een hoorzitting niet terecht, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep gegrond, het beroep van Christa ongegrond en dat van Wervelwind B.V. gegrond. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de rechtbankuitspraak vernietigd en het beroep van Christa ongegrond en dat van Wervelwind B.V. gegrond verklaard.