ECLI:NL:RVS:2016:1189
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G.M.H. Hoogvliet
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking wapenverlof wegens onvoldoende motivering
De korpschef van politie trok op 3 maart 2014 het wapenverlof van appellant in vanwege gedragingen die twijfel opriepen over zijn betrouwbaarheid. De staatssecretaris handhaafde dit besluit deels in een besluit van 3 oktober 2014. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het intrekken van een wapenverlof een maatregel is ter bescherming van de veiligheid en dat reeds geringe, objectief toetsbare twijfel aan de betrouwbaarheid voldoende kan zijn. De staatssecretaris baseerde het besluit op recalcitrant en onbehoorlijk gedrag van appellant, waaronder het uiten van een mening richting politie en het trappen tegen een celdeur. De Afdeling oordeelde echter dat deze gedragingen onvoldoende zijn om aan te nemen dat appellant het wapenverlof niet langer toevertrouwd kan worden.
Daarmee was het besluit van 3 oktober 2014 onvoldoende gemotiveerd en onrechtmatig. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de zaak terugverwezen voor een nieuw besluit. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat nog niet vaststaat of appellant schade heeft geleden. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van het wapenverlof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.