ECLI:NL:RVS:2016:1257
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De minister legde aan [appellante] een boete van €14.250 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, en artikel 15, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de vreemdeling op 23 april 2014 arbeid heeft verricht voor [appellante] zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning, wat een overtreding van de Wav vormt. Het boeterapport en de verklaringen van de arbeidsinspecteurs zijn voldoende betrouwbaar en de stelling dat de vreemdeling onvoldoende Engels sprak om zijn verklaring te gebruiken, faalt.
De Raad stelt vast dat verwijtbaarheid niet volledig ontbreekt, omdat de directeur van [appellante] de vreemdeling zelf op de locatie heeft afgezet en de werkzaamheden dus niet buiten zijn invloedssfeer vielen. Wel acht de Raad de oorspronkelijke boete te hoog en verlaagt deze naar €10.250, bestaande uit €8.000 voor overtreding van artikel 2 en Pro €2.250 voor overtreding van artikel 15.
De eerdere uitspraak van de rechtbank en het boetebesluit worden vernietigd. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. Deze uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €10.250 en het eerdere besluit en uitspraak worden vernietigd.