ECLI:NL:RVS:2016:1259
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De minister legde aan [appellante] een boete van €14.250 op wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning. De rechtbank Amsterdam matigde deze boete tot €9.500 en oordeelde dat de vreemdeling arbeid voor [appellante] had verricht. Het hoger beroep richtte zich op de rechtmatigheid van deze boete en de proceskostenveroordeling.
De Raad van State bevestigde dat de arbeid verricht was in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen en dat [appellante] onvoldoende had gedaan om overtreding te voorkomen, ondanks de vertrouwensrelatie met de hoofdaannemer. De Raad verwierp het betoog dat de boete gematigd moest worden vanwege de incidentele en marginale aard van de werkzaamheden.
Wel oordeelde de Raad dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling had uitgesproken voor de in de bezwaarfase gemaakte kosten. De uitspraak van de rechtbank werd daarom vernietigd voor zover deze een proceskostenveroordeling van €980 betrof, en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan [appellante].
Uitkomst: Boete van €9.500 bevestigd, proceskostenveroordeling van €980 vernietigd en minister veroordeeld tot vergoeding proceskosten en griffierecht.