ECLI:NL:RVS:2013:1598
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende motivering werkgever Wav
De minister legde aan [appellante] een boete van €9.500 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, en artikel 15, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). [appellante] stelde dat zij niet als werkgever in de zin van de Wav kon worden aangemerkt en betoogde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna [appellante] hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de minister in het bestreden besluit geen op de relevante feiten toegespitste motivering had gegeven waarom [appellante] als werkgever moest worden beschouwd. Dit was in strijd met het motiveringsbeginsel en artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Afdeling vernietigde daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Tegelijkertijd stelde de Afdeling vast dat [appellante] feitelijk wel invloed had op de uitvoering van de werkzaamheden en dat er sprake was van een terugkerend samenwerkingsverband met [bedrijf]. Hierdoor kon [appellante] als werkgever worden aangemerkt. De Afdeling bepaalde dat de rechtsgevolgen van het boetebesluit in stand bleven, omdat de boete passend was en geen sprake was van verwijtloosheid.
Daarnaast wees de Afdeling het verzoek tot matiging van de boete af en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van [appellante].
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het boetebesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.